| print mail reageer verklein letters vergroot letters |
Metabool Syndroom
Wie informatie zoekt over hart- en vaatziekten stuit vroeger of later op het zogenaamde 'metabool syndroom', ook wel 'syndroom X' genoemd. In 1988 tijdens een lezing voor de American Diabetes Association wees G.M. Reaven op het frequent samengaan van een 5-tal symptomen: vergrote buikomvang, verhoogd bloedsuikergehalte, afwijkingen in de bloedvetten en in de cholesterolspiegels en een verhoogde bloeddruk. Omdat men de samenhang van deze vaak samen optredende verschijnselen nog niet goed begreep noemde hij dit het syndroom X.
Wat zijn nu de huidige inzichten in het metabool syndroom X en wat is de samenhang met hart- en vaatziekten? Voor u is vooral van belang, wat kennis over het metabool syndroom kan bijdragen aan de preventie en bestrijding van hart- en vaatziekten. Op deze vragen wil dit artikel antwoorden geven met concrete adviezen voor de dagelijkse praktijk.
'Syndroom X' of 'metabool syndroom'?
Omdat het 'metabool syndroom' ook wel het 'syndroom X' wordt genoemd ontstaat er soms verwarring met het 'cardiovasculair syndroom X'. Dit betreft echter een ander ziektebeeld, dat weliswaar met hart- en bloedvaten te maken heeft, maar betrekking heeft op een bepaalde vorm van 'angina pectoris' (pijn op de borst). Het betreft mensen die pijnklachten hebben die erger wordt bij inspanning, maar na onderzoek toch geen vernauwde kransslagaderen blijken te hebben. Zie ook "Angina Pectoris, alarmsignaal voor hartaanval?"
Omdat het 'metabool syndroom' ook wel het 'syndroom X' wordt genoemd ontstaat er soms verwarring met het 'cardiovasculair syndroom X'. Dit betreft echter een ander ziektebeeld, dat weliswaar met hart- en bloedvaten te maken heeft, maar betrekking heeft op een bepaalde vorm van 'angina pectoris' (pijn op de borst). Het betreft mensen die pijnklachten hebben die erger wordt bij inspanning, maar na onderzoek toch geen vernauwde kransslagaderen blijken te hebben. Zie ook "Angina Pectoris, alarmsignaal voor hartaanval?"
Wat is het metabool syndroom?
We spreken van het metabool syndroom wanneer iemand een combinatie van de volgende symptomen vertoont:- vetvorming in en rond de buik
- een verhoogd suikergehalte in het bloed
- afwijkingen in de bloedvetten (te hoog triglyceridengehalte)
- een verlaagd HDL-cholesterol (het 'goede' cholesterol)
- een verhoogde bloeddruk
Met name de laatste vier factoren (verhoogd bloedsuikergehalte, afwijkende bloedvetten, verlaagd HDL-cholesterol en verhoogde bloeddruk) zijn bekende risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Ook overgewicht draagt bij aan een hoger risico, maar waarom is specifiek buikvet een risicofactor voor hart- en vaatziekten? Dat er een verband bestaat werd al langer vermoed, maar het is nu ook in een grote, recente studie overtuigend aangetoond 1.
Insulineresistentie
Lang is gedacht dat vetweefsel alleen maar een opslagplaats was voor een overschot aan energie: een reservevoorraad voor slechtere tijden. Maar lichaamsvet - en met name buikvet - blijkt ook een actief hormoonproducerend orgaan te zijn. Deze hormonen - ook wel adipocytokines genoemd - brengen de gezonde stofwisseling uit balans. Zo produceert het buikvet het cytokine tumornecrosefactor-a (TNF-a). Deze stof draagt bij aan insulineresistentie, omdat het de opname van suiker in de cellen van de spieren belemmert. Hierdoor blijft er teveel suiker in het bloed circuleren. De hoge suikerconcentraties in het bloed binden zich makkelijk aan bepaalde eiwitten in de vaatwanden waardoor aderverkalking ontstaan. De verstarde en vernauwde vaten dragen op hun beurt weer bij aan een verhoogde bloeddruk.Naast de veroorzaker van insulineresistentie is TNF-a ook verantwoordelijk voor de remming van het gunstige adiponectine. Dit stofje zorgt ervoor dat de concentraties van glucose, vrije vetzuren en triglyceriden in het bloed niet te hoog worden. Bovendien gaat adiponectine het proces van slagaderverkalking tegen, doordat het de hechting van cellen aan de vaatwand tegengaat. Een dubbel desastreus effect: TNF-a bevordert slagaderverkalking maar remt ook de stof die dat juist tegengaat!
De vijf symptomen van het metabool syndroom staan dus niet los van elkaar, maar versterken elkaar, waardoor het risico op het ontwikkelen van een hart- of vaatziekte drastisch toeneemt. In een langlopend Amerikaans voedingsonderzoek met ruim 10.000 deelnemers gaven een verhoogde insulineresistentie, hoge bloeddruk of een afwijkend vetgehalte in het bloed 30 tot 60% meer kans op een hartinfarct. Maar als die factoren samengaan in het metabool syndroom blijkt het opgetelde risico nog eens verdubbeld. (NRC 13-03-'04)
Berekend is dat in de verenigde staten een kwart van de bevolking leidt aan dit syndroom. Exacte cijfers over de Nederlandse situatie zijn niet bekend, maar schattingen lopen uiteen van 20 tot 30 %.
Oorzaken
De belangrijkste oorzaak - veronderstelt men nu - is overgewicht veroorzaakt door teveel en ongebalanceerde voeding in combinatie met te weinig lichaamsbeweging. Het is bekend dat bij overgewicht gemakkelijker insulineresistentie optreedt die de geschetste metabole verstoring in gang zet. De Nederlandse onderzoekers Prof.dr. Hans Romijn van het Leids Universitair Medisch Centrum en Prof. dr. Ruud Buijs van het Nederlands Instituut voor Hersenonderzoek zijn sinds enkele jaren bezig met onderzoek naar andere mogelijke oorzaken van het metabool syndroom. Zij veronderstellen dat een verstoord dag- en nachtritme van invloed kan zijn op het ontstaan van het metabool syndroom. Zij verklaren dit als volgt:Het autonome zenuwstelsel bestaat uit twee delen: het sympatische deel en het parasympathische deel. Het sympathisch deel zorgt voor de aanpassing van ons lichaam aan activiteit en het parasympathische deel zorgt voor de processen die horen bij rust. Bij inspanning bijvoorbeeld zorgt het sympathische zenuwstelsel voor een versnelde hartfrequentie, een hogere bloeddruk en een versterkte doorbloeding van de spieren. In de herstelfase daarna zet het parasympathische zenuwstelsel het maag- en darmkanaal aan om voedsel te verteren.
Twee jaar geleden toonde Buijs aan dat er parasympathische zenuwvezeltjes uitkomen in het vetweefsel. Het buikvet en het onderhuidse vet bleken zelfs vanuit aparte groepen zenuwcellen te worden verzorgd. De activiteit van één bepaalde groep parasympathische zenuwvezels kan bijvoorbeeld leiden tot de typische vetophoping in en rond de buik.
De afwisselende activiteit van het sympatische en parasympathische deel volgen een bepaald bioritme en wordt mede aangestuurd door het daglicht. Als het licht wordt werkt de biologische klok als een wekker: hij geeft een signaal om het lichaam via het sympathische zenuwstelsel voor te bereiden op een periode van activiteit. Tegen de avond brengt hij juist de parasympathische invloed op gang, zodat het lichaam weer kan herstellen. Door onze leefstijl, waarin laat opblijven, tv kijken, 's avonds snacken of nog even wat e-mailtjes afhandelen meer regel dan uitzondering zijn geworden, raakt dit bioritme verstoord. Hierdoor is onder ander de sympaticus 's nachts overactief en daalt de bloeddruk te weinig. Overdag is juist de parasympaticus te actief en zorgt voor teveel vetafzetting op de buik.
Een interessante studie2 in dit verband verscheen in maart dit jaar. Hierin werd aangetoond, dat naarmate jongeren meer tijd doorbrachten achter een computer- of tv-scherm de kans op het ontwikkelen van het metabool syndroom toenam, onafhankelijk van de mate van beweging die de jongeren erop na hielden. De onderzoekers geven geen verklaring voor dit fenomeen. Tegen de achtergrond van het model van Buijs en Romijn zou een mogelijke verklaring gezocht kunnen worden in de hoeveelheid kunstmatig licht die van de schermen afstraalt en de bioklok ontregelt.
Ook een studie3 naar de invloed van stress op het werk ondersteunt de gedachte van de Nederlandse onderzoekers dat het autonome zenuwstelsel een cruciale rol speelt in het ontstaan van het metabool syndroom. Immers stress is een bekende en misschien wel de meest invloedrijke factor in het ontstaan van verstoringen in het autonome zenuwstelsel.
In de studie die gedurende 14 jaar liep en waaraan meer dan 10.000 mannen en vrouwen deelnamen werd aangetoond dat er een direct verband bestaat tussen de mate van stress waaraan iemand wordt blootgesteld en de kans op het ontwikkelen van het metabool syndroom. Bij mensen die drie keer vaker blootgesteld werden aan langer durende stress verdubbelt het risico op het metabool syndroom.
In een ander recent onderzoek4 bleek dat mogelijk ook zoetstoffen in light frisdrank kunnen bijdragen aan het ontstaan van het syndroom. De studie wees namelijk uit dat het niet uitmaakte of mensen overmatig gewone frisdrank gebruikten (met suiker) of een light frisdrank: in beide gevallen verdubbelde bijna het risico op het ontwikkelen van het metabool syndroom. Het werkingsmechanisme hierachter is nog niet opgehelderd.
Tot slot is ook aangetoond dat wanneer vroeg begonnen wordt met het overmatig drinken van alcohol - dat wil zeggen vroeg in de puberteit - de kans op het ontwikkelen van het metabool syndroom op latere leeftijd toeneemt.
Hoe weet ik of ik het heb?
Contoleer uw buikomvang!
De Internationale Diabetes Federatie heeft criteria opgesteld om te bepalen wanneer iemand het metabool syndroom heeft. Eén daarvan is de buikomtrek. Bij mannen zou die niet meer dan 94 cm moeten bedragen, bij vrouwen niet meer dan 80 cm. Zit u daarboven dan zit u in de gevarenzone en is het verstandig ook uw bloedwaarden te laten controleren. Dan wordt gekeken naar suiker- en vetwaarden en de bloeddruk. Wanneer die teveel afwijken van de gezonde normen heeft u het metabool syndroom en is het verstandig om maatregelen te nemen.
Contoleer uw buikomvang!
De Internationale Diabetes Federatie heeft criteria opgesteld om te bepalen wanneer iemand het metabool syndroom heeft. Eén daarvan is de buikomtrek. Bij mannen zou die niet meer dan 94 cm moeten bedragen, bij vrouwen niet meer dan 80 cm. Zit u daarboven dan zit u in de gevarenzone en is het verstandig ook uw bloedwaarden te laten controleren. Dan wordt gekeken naar suiker- en vetwaarden en de bloeddruk. Wanneer die teveel afwijken van de gezonde normen heeft u het metabool syndroom en is het verstandig om maatregelen te nemen.
Wat kunt u doen?
Met de groeiende inzichten naar het ontstaan van het metabool syndroom komen ook de preventie- en behandelmogelijkheden binnen bereik. Voor de afzonderlijke risicofactoren zijn er diverse behandelmogelijkheden bekend. Er zijn bijvoorbeeld middelen om de bloeddruk te beïnvloeden en om het cholesterol te verlagen. Maar er is maar één middel dat de verschillende risicofactoren van het metabool syndroom tegelijkertijd kan aanpakken: een betere leefstijl. Betrekkelijk kleine veranderingen daarin kunnen al grote positieve gevolgen hebben.Gewichtsbeheersing
Het leidt geen twijfel dat overgewicht moet worden aangepakt. Dat kan door gezonde voeding en voldoende lichaamsbeweging. Daarvoor hoeft u echt niet drie keer per week te gaan joggen. Vaker de fiets of de trap nemen, maar ook tuinieren of stofzuigen draagt allemaal bij tot gewichtsafname, mits het maar regelmatig gebeurt en in combinatie met verantwoorde voeding.Geleidelijk afvallen
Past u op met te snel gewicht verliezen en streef naar redelijke en haalbare resultaten. Onevenwichtige of extreme diëten leiden tot het zogenaamde jojo-effect. Bij zulke diëten verdwijnen de vetcellen niet, maar wel een deel van uw spiermassa. Het is juist deze spiermassa die calorieën verbruikt (en dus gewichtsverlies). Wanneer men na een zo'n onevenwichtig dieet terugvalt op het oude eetpatroon, verbruikt het lichaam door deze geringere hoeveelheid spiermassa, minder calorieën. De overtollige calorieën worden dan opgeslagen in de vetcellen die daarop uitzetten, en zelfs meer dan voorheen.
Naast een verantwoord dieet dat het beste samen met een diëtiste kan worden opgesteld en begeleid, is het vergroten van de spiermassa door training een goede oplossing voor verantwoord gewichtsverlies.
Past u op met te snel gewicht verliezen en streef naar redelijke en haalbare resultaten. Onevenwichtige of extreme diëten leiden tot het zogenaamde jojo-effect. Bij zulke diëten verdwijnen de vetcellen niet, maar wel een deel van uw spiermassa. Het is juist deze spiermassa die calorieën verbruikt (en dus gewichtsverlies). Wanneer men na een zo'n onevenwichtig dieet terugvalt op het oude eetpatroon, verbruikt het lichaam door deze geringere hoeveelheid spiermassa, minder calorieën. De overtollige calorieën worden dan opgeslagen in de vetcellen die daarop uitzetten, en zelfs meer dan voorheen.
Naast een verantwoord dieet dat het beste samen met een diëtiste kan worden opgesteld en begeleid, is het vergroten van de spiermassa door training een goede oplossing voor verantwoord gewichtsverlies.
Eet gezond
Iets minder vet eten, of in plaats daarvan meervoudig onverzadigde vetten. Dat betekent bijvoorbeeld bakken en braden in olijfolie in plaats van in boter of margarine. Of een appel of banaan als tussendoortje in plaats van een gevulde koek of worstenbroodje.Verder zijn omega-3 vetzuren (in vis), fytosterolen (in soyaproducten) en voedingsvezels in verschillende studies effectief gebleken bij de bestrijding van het metabool syndroom, doordat zij een gunstige invloed hebben op de bloedvetten en de cholesterolhuishouding. Zie ook de artikelen "Leef gezond en voel je goed!" en "Geen statines wat dan wel".
Voorkom stress
Bij stress wordt vaak gedacht aan te veel werken, of overbelasting door het combineren van teveel taken tegelijk (werk, gezin, sociale contacten). Maar ook schijnbaar onschuldige zaken als laat tv kijken of computeractiviteiten vlak voor het slapen gaan kunnen bijdragen aan stress door een verstoord dag en nachtritme. Het advies hierin is:luister naar uw bioritme. Het is goed om overdag actief te zijn, zowel mentaal als lichamelijk, maar in de loop van de avond krijgt het organisme behoefte aan rust. Door daar aan toe te geven, gaat u mee in uw bioritme blijft u in balans.Zie ook ons artikel "Wat kunt u doen aan stress?"
Tot slot
Toen Reaven in 1988 het syndroom X voor het eerste beschreef was er nog weinig bekend over de werkingsmechanismen achter dit syndroom. Inmiddels heeft de wetenschap het mysterie rond dit syndroom grotendeels ontrafeld. Toch blijven er nog vele vragen onbeantwoord. Zo blijken er bijvoorbeeld meerdere oorzaken in het spel.Hoe deze bijdragen aan het ontstaan van het syndroom is niet altijd duidelijk. Ook de eventuele samenhang en wisselwerking tussen de verschillende oorzaken is nog niet helder. Veel onderzoek zal nog nodig zijn om het syndroom geheel te begrijpen om meer gerichte adviezen en behandelingen mogelijk te maken.
1. Balkau B, Deanfield JE, Després JP, Bassand JP, Fox KA, Smith SC Jr, Barter P, Tan CE, Van Gaal L, Wittchen HU, Massien C, Haffner SM.
International Day for the Evaluation of Abdominal Obesity (IDEA): a study of waist circumference, cardiovascular disease, and diabetes mellitus in 168,000 primary care patients in 63 countries.
Circulation. 2007 Oct 23;116(17):1942-51.
2. Mark AE, Janssen I.
Relationship between screen time and metabolic syndrome in adolescents
J Public Health (Oxf). 2008 Mar 28
3. Chandola T, Brunner E, Marmot M.
Chronic stress at work and the metabolic syndrome: prospective study.
BMJ. 2006 Mar 4;332(7540):521-5. Epub 2006 Jan 20.
4. Dhingra R, Sullivan L, Jacques PF, Wang TJ, Fox CS, Meigs JB, D'Agostino RB, Gaziano JM, Vasan RS.
Soft drink consumption and risk of developing cardiometabolic risk factors and the metabolic syndrome in middle-aged adults in the community.
Circulation. 2007 Jul 31;116(5):480-8. Epub 2007 Jul 23. Erratum in: Circulation. 2007 Dec 4;116(23):e557.




